19 december 2011
COMMENTAAR OP OV-NOTITIE STADSREGIO AMSTERDAM
Voor Beter OV is niet erg onder de indruk van de notitie die de Stadsregio Amsterdam heeft geschreven over de toekomst van het OV in Amsterdam.
De notitie gaat voorbij aan een paar mogelijkheden om het OV echt te verbeteren en doelmatiger te maken, heeft weinig aandacht voor de hinder die slecht wegbeheer voor het OV oplevert, en gaat niet handig om met sociale veiligheid en tarievenbeleid.
Het afschaffen van de conducteur op de tram kan slechts heel beperkt: het zwartrijden zal enorm toenemen. Vergelijk de situatie toen tram 17 een conducteur had en tram 1 nog niet: tram 1 zat vol Osdorpse en Slotervaartse zwartrijders, tram 17 reed relatief leeg. Ook de gedachte dat in sommige gevallen de passagier bij de conducteur kan instappen, en in andere gevallen uitsluitend voorin bij de bestuurder, valt niet uit te leggen aan de reiziger en zal leiden tot (zeer terechte) irritatie bij de reiziger. Overigens kent, in tegenstelling tot wat de nota stelt, tram 4 wél conducteurs. Deze lijn was zelfs de eerste, waarop in de jaren 90 de conducteur werd heringevoerd.
De gemeente Amsterdam is een belangrijke veroorzaker van de dure plaatskilometer van de tram. Het Amstelstation wordt door de tram slechts magertjes bediend en Station Zuid kan door vrij recentelijke stedenbouwkundige keuzes niet goed worden gebruikt als tramknooppunt, zodat de tram haar rol in het forensenverkeer naar andere stations dan het Centraal Station niet kan waarmaken.
De constatering in de notitie, dat het OV te vaak rare kronkelroutes rijdt, is volstrekt juist. Deze constatering gaat echter niet alleen op voor buslijnen. De jarenlange wegwerkzaamheden in de stad zorgen ook bij de tram voor zeer vervelende omleidingsroutes. We noemen de lijnen 24 en 25, die -in tegenstelling tot de belofte dat dit slechts twee jaar zou duren, waardoor de aanleg van een alternatieve trambaan via de Hobbemakade van tafel ging, een trambaan die achteraf gezien zijn geld dubbel en dwars zou hebben opgebracht- al 10 jaar lang omleidingsroutes rijden wegens afsluiting van de Ferdinand Bolstraat tussen de Albert Cuypmarkt en de Ceintuurbaan, met als gevolg dat tram 25 een zeer groot deel zijn klanten is kwijtgeraakt. Voor de reizigers is het bovendien wrang, dat zij niet alleen langer onderweg zijn, maar ook nog de extra kilometers zelf moeten betalen. Een ander voorbeeld van slecht beheer is het Weteringcircuit. Daar ontbreekt de mogelijkheid om vanaf de Weteringsschans rechtsaf te slaan naar de Vijzelgracht, waardoor een “rondje van de zaak” over het hele circuit moet worden gereden, met alle tijdverlies en imagoschade van dien. Tot slot noemen wij in dit verband het niet meer rijden van tram 4 door de Utrechtsestraat, terwijl reparatiewerk aan de bruggen in deze straat al een jaar lang stil ligt en deze bruggen gewoon kunnen worden bereden. Dat betekent omrijden: hogere exploitatiekosten wegens langere rijtijd, en lagere attractiviteit voor reizigers wegens de langere reistijd tegen een hoger tarief (de omweg leidt ook hier tot een hogere ritprijs). Als de gemeente dit niet aanpakt, blijven de exploitatiekosten hoog en de bezetting van de tram laag. Verder staat de geloofwaardigheid van de Portefeuillehouder OV van de Stadsregio onder druk, gezien zijn verantwoordelijkheid voor het bovenstaand beschreven slechte (weg)beheer.
Het differentiëren van tarieven is riskant. De afgelopen jaren zijn, mede door invoering van de OV-chipkaart, de tarieven op diverse verbindingen al behoorlijk gestegen. Het feit dat veel reizigers de afgelopen jaren uitgeweken zijn naar een goedkoper vervoermiddel is een indicator dat de pijngrens bij de tarieven voor veel reizigers bereikt is. Differentiatie van de tarieven naar tijd (spits en dal) zal dan ook niet of nauwelijks tot een verschuiving van reizigers van spits naar dal leiden (bijna geen enkele forens reist op dit moment voor zijn plezier in de spits naar Amsterdam, wat betekent dat veel spitsreizigers hun reis niet simpel naar de daluren kunnen verschuiven), maar een verschuiving in de modal split ten gunste van vooral auto bewerkstelligen, met alle daaruit voortvloeiende slechte gevolgen voor filedruk, parkeerproblematiek en luchtkwaliteit.
Met betrekking tot een zo doelmatig mogelijke exploitatie suggereren wij een maatregel, die aansluit bij de gedachte uit de notitie om op drukke trajecten/tijdstippen met langer materieel te rijden: ga ook korter rijden als er weinig vraag is. Concreet: Verbus trams op momenten dat de tram te veel capaciteit heeft. Dat realiseert de besparingen op personeel (geen conducteur meer) en het is goedkoper produceren (een bus is goedkoper dan een tram), wat betekent dat je niet aan de frequenties hoeft te morrelen. Voorwaarde: geschikte infrastructuur, een bus kan immers moeilijk rijden op een grasbaan.