EVALUATIE WINTERMAATREGELEN NS IN BRIEF AAN MINISTER
Voor Beter OV schreef aan minister Schultz een brief naar aanleiding van de overdreven wintermaatregelen van de NS op 19 december.
AAN:
De Minister van Infrastructuur en Milieu
Postbus 20901
2500 EX Den Haag
Betreft: Nooddienstregeling
Uw kenmerk: ienm/DGMo-2011/146047
Amsterdam, 22 december 2011
Zeer geachte mevrouw Schultz Van Haegen,
Een woord vooraf: vorige week was ik op bezoek bij ProRail-directeur Marion Gout. Dat was een zeer plezierige bijeenkomst en ik ben zeer gecharmeerd van de open houding die ProRail onder haar leiding heeft aangenomen. Een van de verheugende zaken die daarbij aan de orde kwamen, was de grootscheepse controle die ProRail had uitgevoerd. Alle wisselverwarmingen waren nagekeken. Slechts enkele bleken defect, en zijn inmiddels gerepareerd. “Mooi,” dacht ik, “laat nu de winter maar komen! De reiziger zit goed.” Te vroeg gejuicht.
In antwoord op de brief van 14 november die de Waarnemend Directeur Spoorvervoer namens u schreef bericht ik u het volgende.
In de brief reageert u afwijzend op ons verzoek, de NS op te leggen, dat reizigers worden gecompenseerd indien zij volstrekt onnodig met een wegens voorspelde weersomstandigheden uitgedunde dienstregeling worden geconfronteerd. Naar aanleiding van uw brief hebben wij besloten, even af te wachten tot de eerste keer dat de NS de dienstregeling wegens weersomstandigheden zou uitdunnen. Maandag 19 december was het zover.
Weerbureaus voorspelden voor het Oosten van ons land zo’n 7 centimeter sneeuwval en een temperatuur van enkele graden boven het vriespunt. Een weeralarm werd door het KNMI niet afgegeven, en met de beste wil van de wereld kunnen wij in deze weersomstandigheden niets “extreems” ontdekken, dat aanleiding zou vormen tot het uitdunnen van de treindienst.
Desondanks dunde de NS de treindienst op de trajecten Ede-Arnhem-Nijmegen en Eindhoven-Venlo aanzienlijk uit, door het halveren van de Intercitydienst tussen Ede en Arnhem en tussen Arnhem en Nijmegen, en het opheffen van de Intercitydienst tussen Eindhoven en Venlo. Deze maatregelen waren zonder meer disproportioneel. Ik hoop, dat u mij de vrijpostigheid wilt toestaan, het volgende standpunt aan u onder woorden te brengen. Het kan naar onze stellige overtuiging niet zo zijn, dat de spoorsector op deze wijze aan de haal gaat met de mogelijkheid, de treindienst uit te dunnen wegens extreem weer. Dat bij een weersverwachting van slechts 7 centimeter sneeuw de treindienst al wordt uitgedund, betekent welhaast het morele failliet van de spoorsector. Bij slechts 7 centimeter sneeuw (en geen storm, en geen strenge vorst) behoort de trein gewoon te rijden volgens het jaarlijks vastgestelde spoorboekje. Punt uit!
Wij leggen de gebeurtenissen van maandag naast de door u in uw brief rond het afkondigen van een beperkte treindienst geschetste uitgangspunten.
U schrijft, via de Waarnemend Directeur Spoorvervoer: “Ik vertrouw erop dat de NS deze keus elke keer naar eer en geweten en zorgvuldig maakt, waarbij het belang van de reiziger voorop staat.”
De gebeurtenissen van 19 december wekken de sterke indruk dat de NS vooral uit een mengvorm van paniekvoetbal en gemakzucht heeft gehandeld, en laten in ieder geval zien dat er van zorgvuldigheid geen sprake is en dat het belang van de reiziger niet voorop heeft gestaan.
Verder laat u via de Waarnemend Directeur Spoorvervoer weten: “De aangepaste dienstregeling behelst niet in de eerste plaats minder treinen, maar vooral minder doorgaande treinen.”
De aangepaste dienstregeling van 19 december laat in de gebieden waar 7 centimeter sneeuwval was voorspeld een zeer forse vermindering van het aantal treinen zien. Dus ook op dit uitgangspunt valt heel wat af te dingen.
Voorts schrijft de Waarnemend Directeur Spoorvervoer namens u: “Als NS overgaat tot een aangepaste dienstregeling, wordt dit uiterlijk een dag van tevoren bekend gemaakt aan de reizigers.”
Niet een dag van tevoren, maar pas tegen het eind van de middag werd het uitsnijden van de treindienst via teletekst, de website van de NS en omroepberichten aangekondigd. Dus niet “uiterlijk een dag van tevoren”, maar slechts enkele uren.
Intermezzo: een check die door ons werd uitgevoerd, bracht aan het licht, dat de NS blijkbaar was vergeten, er voor te zorgen dat de laatste reismogelijkheden in tact bleven. Dat is zeer ernstig. Immers, een nietsvermoedende reiziger die gewoontegetrouw om bij voorbeeld 23.30 uur vertrekt en dan met de laatste trein zijn bestemming nog bereikt, zou op 19 december wegens de door NS ingevoerde beperkte dienst, eenmaal aangekomen op het vertrekstation hebben moeten constateren dat zijn laatste trein niet meer reed. Na een per e-mail verzonden brandbrief aan de NS-directie, besloot de NS de laatste treinen alsnog in te zetten. Wij hebben daar dubbele gevoelens bij. Deze interventie onderschrijft maar weer eens het bestaansrecht van onze belangenorganisatie en het is goed dat de NS ons signaal heeft opgepakt door de laatste treinen alsnog in te leggen, maar het is tegelijkertijd ook zorgelijk dat de NS zulke ernstige steken laat vallen, en dat welwillende amateurs zoals wij de NS daarop moeten attenderen. Het goed nadenken over wat maatregelen voor reizigers betekenen, hoort bij de basisvaardigheden van een spoorwegmaatschappij. Dat het bieden van de laatste reismogelijkheden bijna is misgegaan, is zeer verontrustend.
Volkomen terecht sprak u onlangs nog de veelbetekenende woorden “Ik ben de baas op het spoor”. Wij verzoeken u, gezien het onnodig uitdunnen van de treindienst met alle reizigersoverlast van dien, er op toe te zien dat zulke disproportionele maatregelen niet nogmaals door de spoorsector worden genomen. Wanneer dat desondanks toch weer gebeurt, verzoeken wij u met klem, de NS alsnog op te dragen de reizigers schadeloos te stellen door de looptijd van hun abonnement met een dag (of, indien van toepassing, meerdere dagen) te verlengen. De OV-chipkaart maakt zulks op eenvoudige wijze mogelijk. Overigens wil ik benadrukken, dat het de reiziger er in de eerste plaats om te doen is, dat hij volgens de normale dienstregeling wordt vervoerd. De reiziger arriveert dus liever op tijd op zijn bestemming, dan dat hij geld terugkrijgt. Maar áls de reiziger niet de dienstregelingskwaliteit krijgt die hij behoort te krijgen, dan dient hij dus wel genoegdoening te krijgen. De NS dient verder te worden ontmoedigd bij het onnodig uitdunnen van de dienstregeling, door onnodig opgeheven treinen mee te laten tellen in de jaarlijkse uitvalcijfers, en deze dus van invloed te laten zijn op de op te leggen boetes. Een beoordelingscriterium over de juistheid van maatregelen behoort de door het KNMI vooraf te geven weerwaarschuwing te zijn. Dus als het KNMI bij wijze van spreken een meter sneeuw
voorspelt, en deze valt uiteindelijk niet, dan valt dat uiteraard niet de NS aan te rekenen. Verder verzoeken wij u met klem, in de nieuwe vervoerconcessie op te nemen, dat de laatste reismogelijkheden van de dag altijd dienen te worden geboden, afgezien van waar dat wegens versperringen letterlijk onmogelijk is.
Er valt beslist wat te zeggen voor de gedachte, dat bij werkelijk extreme weersomstandigheden het spoor niet tegen beter weten in moet trachten, de normale dienst uit te voeren. Daarom hebben wij het idee van dienstaanpassingen eind 2010 ook omarmd. Maar wel met de nadrukkelijke opmerking, dat dit soort uitsnijdingen alleen zou moeten gebeuren bij werkelijk extreem weer. Wij kunnen ons werkelijk niet voorstellen, dat u verantwoordelijkheid wenst te dragen voor een vervoerdienst die ook bij heel normale weersomstandigheden regionaal of landelijk zo’n beetje wordt gehalveerd. Die vervoerdienst wordt, tenzij u krachtig ingrijpt, thans de reiziger wel geboden.
Nawoord: in de Sp!ts van 21 december stelde een woordvoerder van de NS naar aanleiding van onze opmerking over het te laat informeren van reizigers, dat wij “appels met peren vergeleken”. Ik begrijp die opmerking niet. De treindienst wordt flink ingekrompen, en de reiziger wordt in een laat stadium ingelicht. Persoonlijk doet mij de vergelijking van 7 centimeter sneeuwval met extreme weersomstandigheden die afkondiging van een aangepaste treindienst noodzakelijk maken wél denken aan appels en peren. Om nog even in de land- en tuinbouwsfeer te blijven: ik kan mij niet voorstellen, dat u wenst te accepteren, dat de NS op deze wijze de reiziger knollen voor citroenen verkoopt.
Ik hoop snel een reactie van u te mogen ontvangen.
Met vriendelijke groet en de meeste hoogachting,
Maatschappij voor Beter OV,
Rikus Spithorst,
Partner