Column Trudy Nielsen 5 februari 2012
DE BELOFTES VAN INGRID THIJSSEN
Een werkdag duurt altijd lang, als je iets leuks in het vooruitzicht hebt, vind ik. Zo ook vrijdag. Werken van acht tot half vijf, en daarna zou mijn man me op komen halen van mijn werk en zouden we naar Zwolle vertrekken om daar een weekendje op ons kleine nichtje van anderhalf te passen. Mijn zusje kon dan eens lekker een weekendje weg. Zij is een alleenstaande moeder en dan is het best wel eens prettig, als een ander de zorg van je overneemt. Ze wilde een weekendje naar een vriend in het westen van het land, lekker uitgaan. Dat was in anderhalf jaar nog nooit gebeurd.
Vrijdag belde ik mijn man op in mijn lunchpauze. Bezorgd keek ik naar de sneeuw die al vanaf half elf gestaag uit de lucht kwam vallen. Binnen twee uur lag er zo’n vijf centimeter sneeuw. Op zich niet zo veel, maar ja, ik heb inmiddels al wel zó veel ervaring met het openbaar vervoer, dat ik weinig vertrouwen meer heb. Tot nu toe was met name de NS nog nooit in staat geweest om de treinen normaal te laten rijden. Als er ook maar één sneeuwvlokje valt in Nederland, dan is er meteen paniek.
Mijn man stelde me gerust. Hij zat bovenop het nieuws, en vooralsnog zou onze trein gewoon rijden. Hij beloofde, om nog even in de reisplanner te kijken voor hij de deur uit zou gaan om kwart over vier.
Om half vijf kon ik eindelijk mijn collega’s een fijn weekend toewensen en met mijn man richting het Amstelstation vertrekken. Op het Amstelstation wilde mijn man eerst de treinkaartjes regelen, maar ik twijfelde. „Moeten we niet eerst afwachten of onze trein wel rijdt?“ vroeg ik hem. Maar hij had alle vertrouwen dat onze trein gewoon zou gaan. Anders had het wel op de site van de NS gestaan, of waren ze met een negatief reisadvies gekomen. En als laatste voordat hij de deur was uitgegaan, had hij op de reisplanner gekeken. ‘Vertrek Duivendrecht 17.34 uur.’ We hadden er voor gekozen om vanaf station Duivendrecht te reizen, omdat daar onze trein rechtstreeks naar Zwolle zou vertrekken, en de kans dus klein zou zijn dat we ergens zouden moeten overstappen en daar dan zouden stranden. Mijn man kocht de kaartjes en we gingen met de metro naar Duivendrecht. Net als op het Amstelstation was het op station Duivendrecht ook extreem druk. Mensen liepen te bellen en keken naar de reisinformatieborden waar op te lezen viel dat er geen reisinformatie beschikbaar was. Af en toe werd er omgeroepen dat er geen treinverkeer mogelijk was van en naar het Centraal Station. Wij liepen naar het perron waarvandaan onze trein zou vertrekken. Op het bord zagen wij echter staan dat deze trein zou vertrekken om 19.34 uur in plaats van 17.34 uur. Vertwijfeld keken we elkaar aan. Om nou nog twee uur te gaan staan wachten in de kou? De omroeper riep om de vijf minuten om, dat de NS het vervelend vond dat de reizigers gedupeerd werden doordat ze zo lang moesten wachten, en in de kiosk was gratis koffie en thee te krijgen. Ik ergerde me aan de opgewekte stem van de man die dit steeds omriep. Alsof al die mensen in één zo’n kioskje zouden passen! Wij hebben van armoede maar een hamburger ‚uit de muur getrokken’ om maar wat warms naar binnen te krijgen zonder dat we een uur in de rij hoefden te staan. Ik belde mijn zusje en vertelde haar, dat de treinen niet of nauwelijks reden. Ze was natuurlijk erg teleurgesteld, maar begreep het wel. Later vertelde ze, dat haar vriend uiteindelijk maar Zwolle is gereden met zijn auto. Hij kon niet harder rijden dan zestig kilometer per uur, maar hij is er wel gekomen. Dus wat per trein geen haalbare kaart was, is per auto wel gelukt.
Mijn man en ik kwamen verkleumd weer thuis, na onze mislukte reis. We zetten onze weekendtas neer en ploften op de bank neer om even bij te komen. En we waren kwaad. Woedend. Als er een negatief reisadvies was gegeven, dan waren we ook teleurgesteld geweest, maar dan hadden we geweten waar we aan toe waren geweest. We werden nog kwader, toen Ingrid Thijssen met een opgewekt hoofd op tv verscheen. „De NS is blij dat het ons gaat lukken om iedereen vanavond nog thuis te brengen.“ Hoezo ‚blij’, Ingrid? Er is niets om ‚blij’ mee te zijn. Hou maar op, met je gesprekstechniekjes. Je zou je excuses moeten maken, je ogen uit je kop moeten schamen. En hoezo ‚Naar huis brengen’? Wat naïef om te denken dat iedereen op vrijdagavond naar huis wil. Daarom vertel ik ook dit persoonlijke verhaal. Ons weekend is in duigen gevallen. En dat geldt voor het weekend van heel veel mensen. Mensen, die misschien kaartjes hadden gekocht voor een concert en daar veel geld voor hadden betaald. Concertkaartjes online kopen scheelt in de rij staan. Dan houd je er geen rekening mee, dat er uitgerekend op die dag, een paar sneeuwvlokjes uit de lucht zullen vallen, en dat de NS onmiddellijk van slag is. En wat Ingrid misschien ook moet weten, is wat de mensen zoal roepen in de wandelgangen. Het verbroedert op een of andere manier als je allemaal in dezelfde misère zit. „Als het sneeuwt in Nederland, dan is de NS de eerste die uitvalt,“ hoorden mijn man en ik om ons heen zeggen. „De metro rijdt wel altijd, en zelfs de bussen en trams rijden beter op schema dan de NS,“ zei een ander.
Nog even hebben we met de gedachte gespeeld om zaterdag dan maar te vertrekken. Maar aan het einde van de ochtend bleek, ondanks de beloftes van de NS dat het vandaag wel beter zou gaan, dat het weer één grote puinhoop was op de stations. Schandalig! We zijn lekker thuis gebleven. Nou ja, lekker... We hadden geen andere keuze.
Ook van een rustig weekend is geen sprake. Met de Maatschappij Voor Beter OV zijn we hard aan het werk geweest. Want de NS heeft aangekondigd dat ze maandag willen rijden met de winterdienstregeling. Waarom? We hebben naar de weersverwachting gekeken. Niets aan de hand, hoor. Gewoon een beetje nachtvorst en ook overdag gaat het licht vriezen. Zo’n dag die wel vaker voorkomt in de winter. Van november tot april kan je dit weer zo nu en dan verwachten.
Ik zag zaterdagavond de beelden op het journaal. Weer overvolle stations met mensen die wanhopig proberen om informatie te krijgen over hun trein. Weer geen informatie op de stations. Weer geen negatief reisadvies. Waar doen we het voor, vraag ik me soms af, als ik kijk naar al het werk dat verricht wordt door onze fijne club met mensen in de Maatschappij Voor Beter OV. Is het niet water naar de zee dragen? Komt het ooit nog goed in Nederland?
Maar kijkend naar het journaal, weet ik het weer. We doen het voor de reizigers.